Begin januari 2010 werd in de media aandacht besteed aan een onderzoek over de groei van Vlaamse kinderen, uitgevoerd door de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven. Sommige uitspraken van de onderzoekers hebben voor verwarring gezorgd omdat zij beweren dat de groeicurven van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) niet geschikt zijn om de ontwikkeling van Vlaamse kinderen te beoordelen. De onderzoekers beweren dat Vlaamse kinderen een ander groei vertonen dan kinderen in andere landen. Dit is echter niet van belang als het om de beoordeling van de ontwikkeling van individuele kinderen gaat. Daarbij gaat het immers niet om het toetsen van de groeigegevens van een kind aan het gemiddelde, het is vooral belangrijk dat hij zijn individuele curve goed volgt. 

In 2006 heeft de WHO nieuwe groeicurven gepubliceerd. Deze curven zijn gebaseerd op meer dan 8000 baby’s - uit verschillende landen - die borstvoeding kregen. Het doel van deze standaardgroeicurven was vaststellen hoe baby’s zouden moeten groeien en hoe ze zich zouden moeten ontwikkelen onder optimale omstandigheden. De groeistandaarden van de WHO zijn van toepassing op alle baby’s wereldwijd. Het is dus niet van belang tot welke etnische groep een baby behoort. In landen waar de mensen eerder groot zijn, zullen de meeste kinderen een wat hogere curve volgen. In regio’s met eerder kleine mensen zullen de meeste baby’s de lagere curven volgen. Verrassend was overigens dat de verschillen tussen de regio’s waar het onderzoek gevoerd werd helemaal niet zo groot waren in de eerste maanden na de geboorte. 

Wat is het verschil met andere groeicurven?

De groeicurven zoals die nu nog meestal worden gehanteerd zijn gebaseerd op onderzoek bij groepen kinderen die ofwel borstvoeding, ofwel kunstvoeding of een combinatie van beide kregen. In die curven is dus geen onderscheid gemaakt naar de soort melkvoeding. De WHO groeicurven zijn gebaseerd op uitsluitend borstvoeding en laten in de eerste twee maanden een sterke stijging in de groei zien. Na die eerste twee maanden vlakken de curven af. De andere groeicurven, gebaseerd op verschillende soorten melkvoeding, verlopen in de eerste twee maanden vlakker dan de WHO-curven. 
 
 

Wat zijn de mogelijke consequenties als de groei van baby’s die borstvoeding krijgen aan de hand van gemengde groeicurven beoordeeld wordt?

Borstgevoede baby’s, die een normaal groeipatroon vertonen, lijken meer dan gemiddeld bij te komen. Dit zou op niet zo’n probleem zijn, ware het niet dat men tegenwoordig erg bang is voor overgewicht. Moeders zouden gemakkelijk kunnen denken dat ze hun baby’s te vaak voeden. Bij een normaal voedingspatroon kan dit mogelijk ook door hun omgeving en misschien zelfs door zorgverleners gesuggereerd worden. 

Borstgevoede baby’s, die tijdens de eerste maanden de gemengde groeicurven redelijk goed volgen, komen eigenlijk te weinig bij. Dit valt echter niet op, precies door het gebruik van deze, in de eerste maanden, te vlakke groeicurven. Daarom wordt niet naar de oorzaak van de iets te trage groei gezocht, en wordt er niet op tijd ingegrepen (bijvoorbeeld door de baby vaker aan te leggen of door zijn drinktechniek te verbeteren). Naarmate deze baby’s ouder worden gaan ze de gemengde groeicurven steeds slechter volgen. Wanneer de minder goede groei dan uiteindelijk opvalt, lijkt de situatie erger dan die is omdat de gemengde curven dan al te weinig afvlakken. Dan nog ingrijpen is uiteraard veel moeilijker omdat de melkproductie zich na de eerste maanden niet meer zo gemakkelijk laat verhogen, en omdat een verbetering van de drinktechniek van de baby vaak niet meer mogelijk is.

Helaas blijven borstgevoede baby’s, die zelfs volgens de gemengde groeicurven niet voldoende bijkomen, ook soms onopgemerkt. De uitspraken van de onderzoekers kunnen tot gevolg hebben dat een te lage gewichtstoename goed gepraat wordt. Uiteraard kan men niet verwachten dat alle baby’s perfect de groeicurven van de WHO volgen. Groeicurven zijn immers een statistisch gegeven en ook onder de meer dan 8000 kinderen waren er die in de curven daalden, stegen of schommelden. Maar groeicurven blijven een goed instrument om mede de ontwikkeling van kinderen te beoordelen – tenminste als men de juiste curven gebruikt. 

Er schuilt een ernstige algemene denkfout in de beweringen van de onderzoekers. Kinderen die borstvoeding krijgen, de normale en optimale voeding voor mensenbaby’s, die groeien normaal en optimaal. Baby’s die geen of gedeeltelijk borstvoeding krijgen, vertonen een afwijkend groeipatroon. De eerste maanden groeien ze te traag en later groeien ze een beetje te snel. Het verdient de voorkeur, alle baby’s te toetsen aan de WHO-groeicurven, zodat alle baby’s de kans krijgen een optimaal groeipatroon te ontwikkelen ongeacht de regio waar ze vandaan komen en ongeacht of ze groter of kleiner zijn dan gemiddeld in het land waar ze wonen. 

Heb je vragen over de groei van je baby? Je kunt altijd bij een medewerkster van LLL terecht. Meer informatie over groeicurven vind je hier

Meer informatie over de ‘Multicentre Growth Reverence Study’ van de WHO kun je hier vinden: 

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.