skip to Main Content

Vaste voeding, starten met 6 maanden

Waarom rond 6 maanden vaste voeding introduceren?vaste voeding, starten met 6 maanden la leche league borstvoeding

Het introduceren van vaste voeding gebeurde vroeger veel later dan vandaag. Een baby jonger dan zes maanden kan vaste voeding nog niet goed verteren. Hij haalt er praktisch niets uit en heeft het ook niet nodig. Tijdens de industrialisering (aan het begin van de 19de eeuw) konden veel ouders niet meer permanent bij hun kinderen blijven en werden vervangers voor moedermelk aan baby’s gegeven. Die vervangers (koemelk, zemelenpap, …) alsook de eerste kunstvoeding waren van zeer slechte kwaliteit. Heel veel baby’s kregen ernstige tekorten, vooral scheurbuik (door een tekort aan vitamine C), rachitis (door een gebrek aan vitamine D) en ze hadden vaak ook ijzer- en zinktekort. De kindersterfte was enorm en kinderen die het wel haalden, hadden vaak groeiachterstand en/of een misvormd beendergestel. 

In het begin van de 20ste eeuw werd vaste voeding alsmaar eerder geïntroduceerd in onze regio. Baby’s kregen op avontuurlijk jonge leeftijd al fruitsap en soep, soms al vanaf zes weken. Echte vaste voeding kan men op zo’n jonge leeftijd uiteraard nog niet geven, dus werd alles zo vloeibaar mogelijk gemaakt. Toch kan een baby deze dingen zo jong nog niet verteren. Voor baby’s die geen borstvoeding kregen, betekende deze (semi)vaste voeding wel een bron van levensnoodzakelijke vitaminen. Door deze extra voedingsstoffen, in combinatie  met een betere hygiëne, werd de enorme kindersterfte teruggedrongen.

Intussen is de kwaliteit van kunstvoeding sterk verbeterd. De eiwitten worden bewerkt en er worden vitaminen, mineralen, vetstoffen, suikers, … toegevoegd. Omdat kunstvoeding natuurlijk nog altijd tekorten heeft, wordt door experten aangeraden om af en toe van merk te veranderen. Op die manier vallen de tekorten van één bepaald merk minder in het gewicht. Met wat afwisseling is er dus eigenlijk geen reden meer om voor de leeftijd van zes maanden met vaste voeding te beginnen.

Toch zit het vroeg starten met vaste voeding vastgeroest in onze maatschappij. Iedereen kijkt uit naar het moment waarop een baby fruit en groenten mag eten. Oudere mensen vragen regelmatig: ‘En, krijgt hij al soep of patatjes?’ Soep is trouwens helemaal uit den boze. Ze bevat veel te weinig voedingstoffen en het wordt afgeraden om soep te geven aan baby’s onder de 12 maanden. Vaak bevat soep ook te veel zout.

Vier of zes maanden?

In de brochures van consultatiebureaus, andere organisaties en bedrijven is er meestal een soort overgangstijd in de periode tussen vier en zes maanden te zien. Men weet uiteraard dat vaste voeding niet nodig is voor de leeftijd van zes maanden en dat het zelfs beter zou zijn als men er dan pas mee zou beginnen. Dat blijft echter moeilijk liggen, zowel in de gezondheidzorg als bij de hele bevolking. De WHO is echter duidelijk in haar advies: vaste voeding vanaf 6 maanden voor álle baby’s.

Een baby kan op vier maanden nog geen vast voedsel verteren. De nodige enzymen in het spijsverteringstelsel zijn op deze leeftijd nog niet aanwezig. Door het eten van vaste voeding kan het gebeuren dat hij minder melk drinkt, maar de melk heeft hij echt nog nodig om te groeien, zich te ontwikkelen en – in geval van borstvoeding – als bescherming tegen ziekten.

Allergiepreventie

Aan het einde van het 20ste eeuw werd ervan uitgegaan dat het later introduceren van mogelijke allergenen helpt om het risico op allergieën en intoleranties te verminderen. Overal kon men meer of minder strenge voedselintroductieschema’s vinden. De laatste jaren waren er dan weer aanwijzingen dat dit mogelijk niet klopt en dat men baby’s juist beter vroeger kan laten kennismaken met bepaalde voedingsmiddelen. Vooral het tijdstip van het introduceren van gluten en pinda staat in de belangstelling. Nieuwe, grondige en betrouwbare onderzoeken tonen echter aan dat het tijdstip van het introduceren van gluten geen invloed heeft op het ontwikkelen van coeliakie. Ook voor andere mogelijke allergenen is het niet wenselijk om ze extra vroeg of extra laat te introduceren.

Op het ritme van het kind

Het lijkt vooral belangrijk dat een baby op zijn tempo, vanaf ongeveer 6 maanden, kennis kan maken met vaste voeding. Men kan de baby zelf laten experimenteren met kleine hoeveelheden gezonde voedingsmiddelen die op het gezinsmenu staan. Hij kan experimenteren, spelen, oefenen en proeven. De baby hoeft in het begin niet veel van het voedsel binnen te krijgen.

Langer dan 6 maanden wachten?

Sommige ouders stellen zich de vraag of ze niet beter nog langer kunnen wachten met het introduceren van vaste voeding. Wat de allergiepreventie betreft, lijkt dit dus niet zinvol. Baby’s kunnen nog geen energie uit de vaste voeding halen, maar als men de ontwikkeling van een baby bekijkt, is hij er vanaf rond zes maanden meestal klaar voor om met vaste voeding kennis te maken. Zijn reflexen en andere vaardigheden tonen dit aan. De volgende maanden, dat is tot hij 12 à 14 maanden oud is, kan men als een oefenperiode beschouwen. Voeding vastgrijpen, naar het mondje brengen, stukjes eventueel een beetje plat duwen, de kokhalsreflex (die nog vooraan in het mondje zit) leren overwinnen, het voedsel naar achter in het mondje verplaatsen, slikken en verteren. Dat zijn een hoop dingen die de baby moet leren.

Tot de baby 12 maanden oud is, blijft melk de hoofdenergieleverancier!

Groenten en fruit hebben immers veel minder calorieën dan melk.

Melk = 70 kcal per 100 g
Wortelen = 27 kcal per 100 g
Aardappel = 84 kcal per 100 g
Groentepap (½ wortel, ¼ aardappel, ¼ kookvocht) = 35 kcal per 100 g

Meestal valt het zinloze van het vroege introduceren van vaste voeding niet op. Men neemt de ongemakken van de baby erbij omdat men denkt dat het normaal is. Krijgt een baby krampen, “dan moet de baby wennen”. Niemand denkt eraan dat hij misschien veel minder last zou hebben als men nog een tijdje zou wachten en hem dan op zijn eigen ritme kennis zou laten maken met vaste voeding. Dat de baby er geen energie uit haalt, dat kan men niet zo direct zien. In de luiers is wel zien vanaf wanneer  beter gaat. Dan is de vaste voeding iets minder herkenbaar, en ziet ze er dus niet meer uit alsof ze recht van het bord komt. De ontlasting krijgt een meer bruinachtig tintje. Dat is echter nog niet het geval op vier maanden, en ook niet op zes maanden, meestal zelfs nog niet op acht maanden. Dit ziet men bij de meeste baby’s namelijk pas tussen 12 en 14 maanden.

De baby heeft ‘meer’ nodig?

Als een baby op een bepaald moment niet meer goed bijkomt, wordt vaak het advies gegeven om eerder met vaste voeding te starten. De melk zou niet meer voldoende voedingsstoffen bevatten, of misschien heeft de baby behoefte aan meer energie dan de moeder kan leveren? Dit klopt uiteraard niet. Hoe moet een baby met vaste voeding, die mogelijk maar 35 kcal bevat en die hij nog niet kan verteren, beter bijkomen dan met melk, die dubbel zo veel calorieën aanlevert en die hij wel uitstekend kan verteren?

Prematuren

Bij prematuren kan men met twee verschillende leeftijden rekening houden. Men kan vanaf de geboorte rekenen of men kan met de gecorrigeerde leeftijd nemen, dus de leeftijd die de baby zou hebben als hij na een zwangerschap van 40 weken was geboren. Als men rekening houdt met de ontwikkeling, dan heeft de gecorrigeerde leeftijd de voorkeur. Men mag ook niet vergeten dat sommige premature baby’s echt een zeer zware start achter de rug hebben. Als ze uitsluitend borstvoeding kregen, dan is hun darmflora mogelijk iets rijper omdat het opbouwen van de darmflora tijd vraagt en ze al langer moedermelk krijgen. Het is echter belangrijk dat men naar de individuele baby kijkt en niet standaard naar de werkelijke of de gecorrigeerde leeftijd. 

Het juiste tijdstip

Een baby is klaar om met vaste voeding kennis te maken als hij redelijk kan zitten. Een beetje ondersteuning mag natuurlijk. Een ander element is de pincetgreep. Als een baby kleine voorwerpen met duim en wijsvinger probeert op te rapen, dan is dat een goed teken. Grijpt hij naar een klein voorwerp nog met de volle hand, dan kan je beter nog een tijdje wachten. Natuurlijk moet een baby ook interesse hebben in vaste voeding. Op zich zijn baby’s natuurlijk al zeer vroeg in alles geïnteresseerd wat hun ouders doen. Een baby zal dus ook geïnteresseerd kijken als je aan het eten bent. Dit betekent echter niet dat hij al interesse in vaste voeding heeft: hij heeft interesse in wat jij aan het doen bent. Je baby heeft echt interesse in vaste voeding als hij probeert aan jouw voedsel te geraken en als hij dit in zijn mondje wil stoppen. Als de baby zelf met het voedsel mag experimenteren is het exacte tijdstip van minder belang. Krijgt hij op die manier al voor de 6 maanden iets binnen, dan is dat geen probleem. Ben je van plan om papjes met de lepel te geven, dan is wachten tot rond 6 maanden wel belangrijk.

Voedselintroductieschema’s

De laatste decennia kon men overal voedselintroductieschema’s vinden. Daarin stond heel exact welk voedingsmiddel vanaf wanneer aan een baby gegeven mocht worden en ouders dienden zich daar strikt aan te houden. Het ging daarbij vooral om allergiepreventie en voor een deel om de verteerbaarheid. Niet elk voedingsmiddel is even gemakkelijk verteerbaar en sommige dingen – zoals honing – zijn zelfs gevaarlijk voor baby’s onder de leeftijd van 12 maanden. Wat de allergiepreventie betreft, moet men met voedselintroductieschema’s geen rekening houden. Alleen als een baby slecht op bepaalde voedingsmiddelen reageert, kan men ze beter nog een tijdje weg laten. De beste allergiepreventie is de baby alles aan te bieden wat in het gezin gegeten wordt. De baby kan dan zelf kiezen wat en hoeveel hij ervan wil eten.

Waardevolle bijvoeding voor baby’s

De meest waardevolle voeding voor baby’s, dus voeding waarmee hij zijn behoefte aan vitaminen en mineralen kan dekken, zijn donkere en krachtig gekleurde groenten, vlees, vis, goed verteerbare peulvruchten, ei, noten en hoogwaardige vleesvervangers. Daarnaast hebben baby’s ook veel vetstoffen nodig. Het toevoegen van plantaardige olie of roomboter is dus een aanrader.

Bronnen:
Breastfeeding Answer Book – La Leche League International
www.who.int/features/qa/21/en
Guiding principles for complementary feeding of the breastfed child – PAHA, WHO
Beyond Breastmilk – Laura F. Palmer
Principles for the introduction of solids – Adriano Cattaneo
Randomized Feeding Intervention in Infants at High Risk for Celiac Disease – S.L. Vriezinga et al.
Introduction of Gluten, HLA Status, and the Risk of Celiac Disease in Children – E. Lionetti et al.
Consensus communication on early peanut introduction and the prevention of peanut allergy in high-risk infants – D.M. Fleischer, S. Sicherer, M. Greenhawt et al.
Randomized trial of peanut consumption in infants at risk for peanut allergy – G. Du Toit et al.
Addendum guidelines for the prevention of peanut allergy in the United States:  Report of the National Institute of Allergy and infectious diseases-sponsored expert panel – A. Togias, S.F. Cooper, M.L. Acebal, et al.

© 2007-2018, Christine Van Den Broecke-Schneider | La Leche League België-Vlaanderen vzw

Spread the love
Back To Top