skip to Main Content

De ontwikkeling van de borsten

De ontwikkeling van de borsten

De primaire functie van de borsten is het voeden van een kind. In primitieve culturen zijn er geen of weinig borstvoedingsproblemen. Dat komt ook doordat er geen taboe is rond borstvoeding geven en kinderen van jongs af aan in aanraking komen met borstvoeding bij familieleden of dorpsgenoten. Borstvoeding geven is heel natuurlijk!

Zoogdieren

 Het aantal tepels varieert van 2, bijvoorbeeld de mens, tot 32 bij de gewone tenrek (een egelachtig zoogdier dat voorkomt op Madagaskar). De meeste zoogdieren hebben echter geen zichtbare borsten, of alleen tijdens de zwangerschap en zoogperiode.

 

Opbouw

De melklijsten lopen van de oksels via de borst- en buikholte naar de lies. Hieruit ontwikkelen zich de borsten. De borst is zeer complex en bestaat naast de melkklieren ook uit vetweefsel, bindweefsel, bloedvaten, lymfevaten en zenuwen. De borsten hebben een heel individueel uiterlijk en ook de twee borsten van dezelfde persoon zijn vaak niet even groot. Statistisch gezien is de linker borst net iets groter.

De bloedvaten zorgen voor de toevoer van bloed als grondstof voor de melkaanmaak. De lymfevaten transporteren afvalstoffen weg uit de borst.

De melkklieren zijn gegroepeerd in zeven tot tien lobben waar één lob uit 10 tot 100 melkkliertjes bestaat. Een melkklier bestaat uit een verzamelholte omgeven door melkproducerende cellen. Deze cellen zijn omgeven door spiercellen die zich samentrekken onder invloed van het toeschiethormoon oxytocine. De melkkanalen verbinden de melkklieren met de tepel. De tepel wordt omgeven door de tepelhof (ofwel areola), die donkerder is door sterkere pigmentering. Stimulatie laat de tepel steviger worden zodat het kind makkelijker kan aanhappen. Ook bij vlakke tepels is dat het geval. De tepel bevat veel zenuwuiteinden die de melk laten toeschieten bij stimulatie. Op de tepelhof bevinden zich de klieren van Montgomery. Deze klieren geven een olieachtige vloeistof af die de huid soepel houdt en ook ontsmettend werkt.

De rest van het volume bestaat uit vetweefsel. Het is van de buitenkant niet te zien hoe de verhouding tussen vetweefsel en melkklierweefsel is. Alleen de hoeveelheid melkklierweefsel bepaalt hoeveel melk de borsten kunnen aanmaken. Iemand met kleine borsten kan dus, doordat sprake is van minder vetweefsel, dezelfde opbrengst hebben als iemand met veel grotere borsten.

 

Embryonale ontwikkeling en puberteit

Voor de geboorte ontwikkelt de borst van de foetus uit de melklijsten. Dit gebeurt bij zowel jongens als meisjes. Sommige mensen hebben daarom extra tepels of klierweefsel.

Soms hebben pasgeboren baby’s een gezwollen borst of scheiden zelfs melk af door een reactie op de moederlijke hormonen die ze binnen krijgen voor de geboorte en via de moedermelk, dit wordt ‘heksenmelk’ genoemd. Dit verdwijnt na enkele dagen tot weken weer vanzelf.

 

Pas in de puberteit begint de borst te groeien. Dat begint reeds één tot twee jaar voor de eerste menstruatie. Het volume neemt vooral toe door meer vetweefsel. Het melkklierweefsel gaat groeien tijdens elke menstruatiecyclus tot ongeveer de leeftijd van 35 jaar.

 

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap bereidt de borst zich voor op de borstvoedingsperiode. In het eerste trimester groeien de melkkanalen en het melkklierweefsel door de invloed van hormonen. De mate van borstgroei tijdens de zwangerschap zegt niets over het vermogen een kind wel of niet te kunnen voeden. (Dat is heel individueel.) De tepelhof wordt donkerder en vaak komt er ook vetweefsel bij als reserve.

Vanaf ongeveer 12 weken voor de geboorte wordt ook de eerste melk, het colostrum, geproduceerd. Als er tijdens de zwangerschap al melk wordt uitgescheiden, zal dit door het hoge progesteronniveau in het bloed tijdens de zwangerschap meestal maar in kleine hoeveelheden zijn. Tijdens de geboorte lost de placenta en begint de eigenlijke melkproductie doordat nu het progesteronniveau daalt.

 

Borstvoedingsperiode

Door het aanhappen van het kind wordt het klierweefsel sterk gestimuleerd en gaat in de eerste weken na de bevalling verder groeien. Daardoor en door een sterke bloedvoorziening krijgt men enkele dagen na de bevalling zeer grote borsten en kraamstuwing. De productie werkt op vraag-en-aanbod en er is dus voldoende stimulatie nodig om de melkproductie goed op gang te brengen en te houden. Je lichaam weet uiteraard niet of je één of misschien twee of in trieste gevallen ook geen kind te voeden hebt. Door de stimulatie wordt er voldoende melk aangemaakt, ook voor een meerling is het mogelijk voldoende melk te produceren. Zonder stimulatie zal de melkproductie na enkele dagen stoppen.

 

Na enkele maanden zal de borst weer wat kleiner worden omdat het vetweefsel gaat minderen. Vaak lijkt de borst leger na het (snel) afbouwen, wat komt door de missende vetreserves die pas met de tijd terug zullen keren. Door het stoppen vermindert het melkklierweefsel zodat de borsten ‘lege theezakjes’ kunnen lijken. Dit is meestal maar tijdelijk en na een aantal maanden krijgen de borsten weer terug een voller volume. Bij een geleidelijk afbouwen over maanden of zelfs jaren zijn er minder extreme veranderingen te zien. Tijdens de menopauze zal het melklierweefsel verder verminderen.

 

Hoe je borsten precies gaan veranderen is heel individueel. Sommigen houden juist wel een grotere of een kleinere cupmaat over na hun zwangerschap (en borstvoedingsperiode). De verandering wordt veroorzaakt door de zwangerschapshormonen. Je kunt dus aan de vorm van een borst niet zien of deze daadwerkelijk ooit borstvoeding heeft gegeven. Ook andere factoren, zoals roken en schommelingen in het gewicht, hebben invloed op het uiterlijk en de stevigheid van de borst. De meeste maatregelen zoals fitness zullen maar beperkt effect hebben.

De tepel kan echter wel een aantal jaren groter blijven door de borstvoeding. Een vlakke of ingetrokken tepel, die door de borstvoeding goed eruit kwam, kan mogelijk na enkele jaren wel weer vlakker worden of zich weer terug trekken.

 

Belangrijk om te onthouden is dat de borsten na zwangerschap en borstvoeding wat tijd nodig hebben om hun oorspronkelijke vorm en grootte terug te krijgen. Soms zal dit vele maanden duren tot zelfs meer dan een jaar. Ook als er geen borstvoeding gegeven wordt, zullen de borsten na een zwangerschap wat slapper worden en meestal iets meer gaan hangen.

 

Bronnen:

La Leche League, WirbelWind: Die weibliche Brust, 1/2015.

Borstvoedingsorganisatie La Leche League, Borstvoeding – Handleiding voor de zorgverlener, 2019.

© 2019, Antje Fitzner | La Leche League België-Vlaanderen vzw

Spread the love
Back To Top